De talkshow

‘Wat ik doe? Ik ben een vrouw, is dat al niet genoeg?’ Er klonk gejuich vanuit het publiek. Maartje Feith sloeg haar linkerbeen over haar rechter en spreidde haar armen triomfantelijk over de achterleuning, driekwart van de gastenbank in bezit nemend.

- ‘En u meneer Rheinvis, uw beroep is?’

‘Ik ben werkloos op dit moment meneer Ligthart.’

- ‘Vanavond gaan we het hebben over de voor en tegens van het vissen, de hengelsport. En dan vooral of het een mannelijke of vrouwelijk bezigheid is. Of is het toch iets wat echtelieden samen kan brengen. Ik geef nu het woord aan Maartje.’

‘Persoonlijk vind ik dat dobberstaren helemaal niets, het heeft een beetje weg van navelstaren en daar moet ik trouwens ook niets van hebben’.

- ‘Meneer Rheinvis, of mag ik Bert zeggen? Bert, wat vind jij van de opmerking van Maartje?’

‘Nou. Bij het vissen, of bij het dobberstaren zoals zij het zo mooi formuleert, is zwijgen denk ik wel een van de vereisten, en als je dat niet kunt is het beter dat je bij de waterkant vandaan blijft’

- ‘Je neemt wel een erg stellige houding aan Bert. Maar ook jij Maartje, wat vind jij niet leuk aan vissen?’

‘In de eerste plaats vind ik het dierenleed. Hengelaars doen de vissen onnodig pijn, haakje in de bek, haakje er weer uit en ja, af en toe worden ze weer teruggeworpen. Waarom, vraag ik me af? Om ze daarna weer te vangen en opnieuw te pijnigen? Er zijn ook hengelaars die alleen maar aan de waterkant zitten te staren en geen wormpje aan hun haakje hebben. Die hoeven zo nodig niets te vangen, echte mannen dus.’

- ‘Bert?’

‘Kijk, ik ben ook getrouwd en inderdaad, als ik ga vissen is dat voor mij ook meteen een moment om even weg te zijn uit de sleur van thuis. Mijn vrouw zegt mij altijd dat het mijn voorwendsel is voor een noodzakelijk rantsoen eenzaamheid. Met dat laatste ben ik het niet eens met haar, maar dat snapt u wel?’

- ‘Nee dat snap ik niet. Waarom zou u thuis weg willen? Heeft het er mee te maken dat uit een recentelijk onderzoek van de Wageningse Universiteit is gebleken dat veel hengelsporters of vrijgezelle mannen zijn of, en dan hebben we het over 53 procent van de ondervraagden, dat ze een bazige partner hebben? Bert?’

‘Thuis heb ik het prima naar de zin, mijn vrouw heeft als sterrenbeeld Vissen. U snapt dat ik niet te klagen heb.’

- ‘En jij Maartje? Heb jij wel eens een hengel in je handen gehad, op een stoeltje en in het zonnetje aan de waterkant gezeten?’

‘Oh jawel hoor. Mijn vorige vriend was ook helemaal gek van vissen. En meer nog als we weer eens ruzie hadden. Op die momenten viste hij bij mij achter het net. Bot ving hij dan. Daarom zijn we ook uit elkaar gegaan. We konden echt niet meer samen door een deur’

- ‘Wil je het bij het vissen houden Maartje?’

‘Oh ja. Sorry. Maar ik heb een leuke anekdote over vissen samen met mijn toenmalige vriend.’

- ‘Vertel.’

‘Ik ben eens meegegaan, een dagje vissen. Nou, zitten we daar een uurtje of 2, kan ook 3 of misschien wel 4 uur geweest zijn. Doodsaai en niets vangen natuurlijk, wat ik al best vond. Op een gegeven ogenblik moet hij plassen en duwt mij de hengel in de handen. Daar zit ik dan, en hij staat schuin achter me met zijn wurmpje uit zijn broek zijn blaas te ledigen tegen een struik.’

- ‘En toen?’

‘Ik voel een ruk aan de hengel en probeer ‘m omhoog te halen. Hangt er een vis aan ter grootte van een matras, ongelogen. Als ik mijn armen moest spreidden om de grootte aan te geven moest ik eerst naar de sportschool om mijn armspieren te trainen. Mijn ex ritst in de haast zijn wurm tussen de rits en grist de hengel uit mijn handen. Haalt snel het haakje uit de bek en gooit de vis terug. Hij pakte de klapstoeltjes op en we zijn meteen naar huis gereden. Nooit meer gevist, hij ook niet meer trouwens.’

- ‘Wat een verhaal, dames en heren. Applaus voor de heer Bert Rheinvis en mevrouw Maartje Feith.’

Ik maak gebruik van cookies zodat ik jou een optimale website kan leveren. Verder lezen!